De Prehistorie

Op servies en gereedschappen ligt het begin van het ornament in brons en ijzer. Deze tijd kent al geometrische ornamenten. Herkenbaar door onder andere punten en zigzag of golflijn, cirkels en ruiten. Verder onderscheidt men ook doorlopende reeksen van gelijke en gelijkvormige afgebeelde voorwerpen.

 

In Egypte

In Egypte kwamen vooral doorlopende en verspringende ornamenten voor. Vaak waren dit rustende, verticale ornamenten, tegen wanden of vanuit de vloer. Vormen die veel gebruikt werden zijn de lotus, papyrus en lotusknop. Verder stelden de meeste ornamenten geometrische of plantaardige vormen voor, of accessoires zoals stierkoppen. Platte, schuine en holle profielen werden door elkaar gebruikt en ook kraalprofielen werden regelmatig gevonden in deze ornamenten.

Assyrië en Babylonië

In Assyrië en Babylonië werd voor het eerst gebruik gemaakt van motieven met afgebroken ritme. Hier was ook vaak de lotusbloem te zien, maar ook rozetten kwamen voor. Grote vlakken werden vaak bedekt met eenvoudige geometrische ornamenten. Bij langwerpige vlakken werden de randen vaak uitbundig versierd, waardoor een soort strookvorming bewerkstelligd werd. De motieven waren vaak redelijk simpel en plat, hol of kraal. Deze motieven met weinig toevoeging zijn verspreid van Klein Azië tot de westerse wereld via Griekenland.

Kreta

Op Kreta waren de ornamenten vooral naturalistisch van aard. Er werden veel plantaardige en dierlijke vormen gebruikt. Verder bestonden de ornamenten vaak uit veel rondingen en spiralen. De voluut, de kenmerkende krulvormige versiering van een Ionische zuil, vindt hier zijn oorsprong.

Griekenland

Hier is de geschiedenis te verdelen in 3 stijlen:

Geometrische stijl: veelal een doorlopend ritme. Er was een neiging tot rechte hoeken en rechte lijnen; ruiten, meandervormen en zigzagpatronen zijn voorbeelden van geometrische ornamenten uit Griekenland.

Oriëntaalse stijl (ca. 800 v.C.): deze stijl ontstond uit invloeden uit Klein Azië en Mesopotamië. Er was een nieuwe neiging tot afronding en vlakvulling die hiervoor niet bestond. Meestal was het ritme van de ornamenten nog wel doorlopend, maar er kwamen steeds vaker verspringingen voor. De meest voorkomende soorten ornament waren rozetten, sterren en spiralen, vaak met dierlijke toevoegingen zoals vogels en mythologische wezens.

Het Oud-Griekse ornament: zoals bij veel van de oude stijlen zijn de bronnen hier onvolledig. Beschilderde vazen, bronzen graveringen en ornamenten, en de resten van de bouwkunst vormen enige houvast. Veel voorkomende ornamenten zijn meander, ruiten, dambord, maar ook weer voluten, spiralen, en palmetten. Bovendien vinden de bladlijst, de eierlijst en later het acanthusblad hun oorsprong in deze stijl. De eierlijst was in deze tijd een teken van rijkdom. Dierlijke applicaties zoals  sfinxen, tritonen, dolfijnen, geniën en andere mythologische wezens waren veel aanwezig. Profielen die gebruikt werden zijn plat, hol, bol, ojief en omgekeerd ojief.

Rome

De Romeinse kunst heeft weinig toegevoegd wat betreft ornamenten. Het verschil dat er was lag vooral in accenten en verzwaringen op andere plekken.

Het Gotische ornament

Het Gotische ornament ontwikkelde zich geleidelijk uit het Romeinse, maar nam ook Arabische elementen op. Dit ornament werd steevast gekenmerkt door een doorlopend ritme. Plantaardige ornamenten zoals het acanthusblad waren typische ornamenten voor de Gotische stijl. Er werd veel met cirkels gewerkt, veelal drie ingeschreven cirkels in één grote cirkels. Alle ornamenten vertonen in de bloeitijd van de gotiek scherpe punten en kanten.

In de allerlaatste fase wordt het gotische bladornament spons- en kurkachtig, met steeds meer gaten en minder vorm. Delen van verschillende wijdte en vorm worden aan elkaar gezet en leiden tot combinaties, die op het rococo (laatbarok) schijnen vooruit te lopen. Ook als het bladornament gehele vlakken bedekt komt het vaak slechts van één kant en breidt zich als een oneindig getand distelblad naar alle anderen zijden uit. De architectuur vertoont voor het eerst sinds de oudheid nieuwe profielen: plat, afschuining, hol, kraal, ojief, omgekeerd ojief en combinaties daarvan.

Eiken Perklijsten en daar omheen een dubbele perklijst.

Het islamitisch ornament

Het islamitisch ornament heeft zich sinds de 8ste eeuw ontwikkeld in het Oosten. Door deze geïsoleerde ontwikkeling lijken de ornamenten niet op die uit de Westerse cultuur. Er worden vrijwel geen mens- en dierfiguren, geen levende bladen of bloemen afgebeeld. In sommige ornamenten zijn nog spitse langwerpige bladachtige vormen te herkennen als overblijfsel uit de Oriëntaalse stijl. Wel werd er veel geometrisch ontworpen, vaak in combinatie met kalligrafie. Dit is nog terug te zien in de stervormige patronen en bandvlechtingen in hedendaagse islamitische kunst en bouwstijlen.