Klassieke stijl

Met de benaming klassieke stijl wordt vaak verwezen naar het classicisme. Dit heeft een ruime betekenis en wordt over het algemeen gebruikt voor vormen in de schilderkunst, beeldhouwkunst, bouwkunst, muziek en literatuur die teruggrijpen op de klassieke oudheid. De beweging keert terug naar de klassieke Griekse en Romeinse voorbeelden. Zowel in de renaissance als in de barok, rococo en het neoclassicisme werden elementen uit de Griekse en Romeinse bouwkunst toegepast. Kortom: vele stijlen onder een enkele verzamelnaam.

De stijl die tussen 1600-1750 in de beeldende kunst en architectuur overheerste wordt doorgaans aangeduid met barok. Het woord barok komt van het Portugees barroco, wat onregelmatig gevormde parel betekent. Ornamenten in deze stijl worden gekenmerkt door uitgesproken en zware profielen. De barok begon in Italië met kunstenaars als Borromini en Bernini, maar verspreidde zich al snel over heel Europa. Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt tussen vroeg-, hoog en laatbarok, waarvan de laatste ook wel rococo genoemd wordt.

In de 17e eeuw gebruikten vorsten en geloofsleiders de kunst om het volk te beïnvloeden. Bovendien liet de katholieke kerk indrukwekkende kerkgebouwen met spectaculaire altaarstukken maken. De kerk probeerde hiermee het geloof aantrekkelijk te maken. Ook kunstenaars schilderden vaak gewone mensen in herkenbare, maar dramatische situaties.